BKKC Mestmag logo Adverteren
Online community voor cultuur in Noord-Brabant

Long read | Dit najaar is het zeventig jaar geleden dat onze provincie werd bevrijd. In Den Bosch zullen de bevrijders en hun nabestaanden voor het laatst officieel aan de herdenking deelnemen. De contacten met Wales zijn net zo broos geworden als de weinige nog levende veteranen; de Stichting Oktober 1944 's-Hertogenbosch stopt ermee. In Budel organiseert de projectgroep Tropenjaren een Belevingstocht, waarin onder meer door re-enactment de oorlog tot leven gewekt wordt. Moeten we gaan kiezen tussen deze uitersten? Heeft het eigenlijk nog zin de Tweede Wereldoorlog te blijven herdenken als er niemand meer is die hem meegemaakt heeft? En zo ja, hoe doen we dat dan? Wie en wat herdenken we, wie mogen daarbij zijn? We vragen het aan Jeroen van den Eijnde, directeur van Nationaal Monument Kamp Vught.

Herken je dit artikel? Dat kan kloppen! Het is namelijk eerder verschenen in het magazine In Brabant, en wel nr. 3 van 2014. Geschreven door Ottie Thiers en Jac. Biemans.

De voormalige fusilladeplaats die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers werd gebruikt, nabij Kamp Vught. Deze locatie is nu een gedenkteken. De voormalige fusilladeplaats die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers werd gebruikt, nabij Kamp Vught. Deze locatie is nu een gedenkteken. Foto: Jurgen Pigmans

Zelf heeft Jeroen van den Eijnde de oorlog niet meegemaakt. Hij studeerde nog geschiedenis toen in de jaren tachtig de belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog fors toenam. In 1986 werd de Stichting Nationaal Monument Kamp Vught (NMKV) opgericht. Vier jaar later opende koningin Beatrix het nieuwe herinneringscentrum, gebouwd in een bescheiden hoekje van het voormalige kampterrein, bij het crematorium. Jeroen vervulde er zijn vervangende dienstplicht en werd directeur. In de tweede helft van de jaren negentig werd NMKV opgenomen in een groep van vier nationale herinneringscentra. Dit had een vliegwieleffect: meer subsidie, professionalisering, meer bezoekers, ruimtegebrek, terreinuitbreiding en nieuwbouw in 2002. Het aantal bezoekers groeide van 7.000 in 1991 via 30.000 in 2001 naar 64.000 in 2013.

“De vier herinneringscentra (de Kampen Amersfoort, Westerbork, Vught, en Museum Bronbeek) beheren ieder een stukje ‘schuldig landschap’”, vertelt Jeroen. “Terreur en vervolging moet je op zo’n plek niet opnieuw ‘doen’, re-enactment is voor ons een brug te ver. We roepen herbeleving wel op door middel van reconstructie, zoals de herstelde prikkeldraadomheining met herbouwde wachttorens en een gereconstrueerde woonbarak. Er is in ons wereldje wel discussie over de vraag of reconstructie geoorloofd is. Bij de woonbarak hebben we heel bewust voor een sobere vorm gekozen: er liggen bijvoorbeeld geen persoonlijke bezittingen op de bedden. Reconstructie is soms nu eenmaal ‘the next best thing’. We krijgen er geen opmerkingen over. De meest geuite publieksreactie is: jammer dat er geen uitleg in het Engels is.”

Jeroen van den Eijnde, directeur van Nationaal Monument Kamp Vught, in barak 1B. Jeroen van den Eijnde, directeur van Nationaal Monument Kamp Vught, in barak 1B. Foto: Jac. Biemans

Barak 1B: spiegel van onze tijd

Die tweetaligheid is er wel in barak 1B, een eind 2013 geopende dependance van NMKV. “Barak 1B is geen reconstructie, maar een authentieke kampbarak, die nog lang na de oorlog in gebruik is gebleven. Hier vertellen we niet alleen ‘ons’ oorlogsverhaal, maar ook wat daarop volgde: over de Duitse burgerevacués en de verdachten van collaboratie die hier gevangen zaten. En in 1951 volgden de Molukkers, die er nu deels nog wonen. De expositie is innoverend, een spiegel van onze tijd, waarin wij zo langzamerhand in staat zijn een punt te willen zetten achter de taboes rond de Tweede Wereldoorlog. Zo wordt het collaboratieverhaal op een neutrale manier gepresenteerd, naast dat van de anderen, die hier allemaal gedwongen verbleven. Dat was tien tot vijftien jaar geleden nog niet mogelijk. Allemaal moeten ze dit verleden een plek in hun leven geven.”

Veel bezoekers, zeker de jongere, hebben hier zelf niets van meegemaakt. Hoe breng je het voor hen dichtbij? “Op twee manieren. De eerste is deze plek, deze barak: hier is het gebeurd. Daarnaast zijn het de individuele verhalen, die je als het ware de expositie inzuigen. Verhalen van uiteenlopende mensen, mannen, vrouwen en kinderen; iedereen vindt wel iemand in wie hij zich kan inleven.”

Na de bevrijding van Zuid Nederland bezocht ook Prins Bernhard op 1 december 1944 kamp Vught, waar hij met anderen vol afschuw de galg bekeek. Na de bevrijding van Zuid Nederland bezocht ook Prins Bernhard op 1 december 1944 kamp Vught, waar hij met anderen vol afschuw de galg bekeek. Beeld: Collectie Stadsarchief ’s-Hertogenbosch

Herdenken wordt verankeren

We vragen Jeroen hoe dit alles aansluit bij onze vragen over herdenken. “Herdenken”, zegt hij, “is een geritualiseerde vorm van het doorgeven van collectieve herinneringen. Vroeger herdachten de direct betrokkenen, zij die het meegemaakt hadden en hun nabestaanden, op vaste momenten degenen die omgekomen waren. Die gedeelde ervaring en gedeelde emotie verdwijnt. Herdenken betekent nu steeds meer: verankeren in het collectief geheugen dat het oorlog geweest is. Daartoe moeten we een verbinding maken met het verleden. Dat kan via personen die het meemaakten, door het kiezen van symbolische data (de kindertransporten, zeventig jaar bevrijding) of door te herdenken op bijzondere plekken: daar waar het gebeurd is. En je moet spelen met de vormen. Als je dat doet kun je nog jaren vooruit, ook als er geen ooggetuigen meer in leven zijn.” 

Het alledaagse leven in het Molukse woonoord, begin jaren vijftig. Op de achtergrond zijn de barakken van het kamp te zien. Het alledaagse leven in het Molukse woonoord, begin jaren vijftig. Op de achtergrond zijn de barakken van het kamp te zien. Foto: Fotopersbureau Het Zuiden. Collectie Brabants Historisch Informatie Centrum

Gedenken en nadenken

Op welke manier gebeurt dit in barak 1B? “Ik zocht al lang naar mogelijkheden om de horizon te verbreden, naar de andere groepen en naar het heden. NMKV vertelde eerst – terecht – alleen het verhaal van het concentratiekamp, in de oorlog. Maar het verhaal van deze plek is veel gelaagder en complexer. We volgen hier alle vier de groepen, we kijken naar de mensen achter de gebeurtenissen, die gedreven werden door idealen, die voor moeilijke keuzes kwamen te staan. En in alle groepen trekken we de lijn door naar het heden via filmische portretten van de derde generatie. En ja, dat is herdenken, in een dubbele betekenis: gedenken, en nadenken, bewustmaken. Het eerste is: het verleden levend en in herinnering houden; het tweede is: ons afvragen wat die geschiedenis ons nu zegt.” Dat gaat niet vanzelf. Je moet het publiek informeren, activiteiten organiseren. NMKV biedt een aansluitend educatief pakket, en trekt zo meer dan 30.000 jongeren per jaar.

Barak 1B is in november 2013 geopend. “Bezoekers reageren verrast: nooit geweten dat die anderen hier ook zaten en ook zoiets meemaakten. Of: terecht dat die schurende geschiedenis wordt gepresenteerd. Er komen bussen uit het Duitse Selfkantgebied, en Molukkers uit het hele land. Of er veel mensen komen uit de groep die verdacht werd van collaboratie is minder duidelijk. Oud-concentratiekampgevangenen kunnen leven met de wijze waarop we dit presenteren, waarbij gezocht wordt naar verbindende elementen en ieder in zijn waarde wordt gelaten. Dat was tevoren erg spannend.”

“Barak 1B is geen reconstructie, maar een authentieke kampbarak, die nog lang na de oorlog in gebruik is gebleven. Hier vertellen we niet alleen ‘ons’ oorlogsverhaal, maar ook wat daarop volgde: over de Duitse burgerevacués en de verdachten van collaborat “Barak 1B is geen reconstructie, maar een authentieke kampbarak, die nog lang na de oorlog in gebruik is gebleven. Hier vertellen we niet alleen ‘ons’ oorlogsverhaal, maar ook wat daarop volgde: over de Duitse burgerevacués en de verdachten van collaborat Foto: Jac. Biemans

Verschuivende grenzen

Terugkerend naar onze vragen over herdenken constateert Jeroen dat de grenzen verschuiven. Reconstructie zou in de jaren zeventig mogelijk nog niet gekund hebben, maar twintig jaar later wel. Re-enactment – snauwende bewakers met honden tussen de bezoekers op het kampterrein?? – zou de goede smaak voorbij zijn. Theatervoorstellingen op het terrein kunnen wel, vindt Jeroen. “Al is er wel een ontwikkeling gaande naar theaterspektakel. Ik ben er zelf niet zo’n liefhebber van, maar ik kan me voorstellen dat een musicalervaring onverwachte groepen een connectie kan geven met de Tweede Wereldoorlog. Film en muziek benutten we ook: zoals de documentaire ‘Het kwaad buiten’ van Joost Seelen en de cd ‘Wie’, met tal van artiesten, onder wie Gerard van Maasakkers. Daar is ook wel discussie over geweest. Misschien is het niet bij voorbaat verwerpelijk wanneer Frans Bauer een lied over kamp Vught zou maken.”

Moeten we binnenkort stoppen met herdenken? “Nee, de veteranen verdwijnen, maar de oorlog gaat niet met pensioen. We hebben nog nooit zoveel bezoekers gehad als dit jaar op 4 mei en 8 juni, de herdenking van de kindertransporten. De belangstelling blijft, maar je moet er als overheid wel iets aan blijven doen: je kunt moderniseren, de rituele vormentaal aanpassen aan nieuwe generaties. Denken over goed en kwaad is een wezenlijk onderdeel van de opvoeding, en een herdenking is daarvoor een uitstekende vorm. Alleen al de heftige discussies die ieder jaar rond 4 en 5 mei gevoerd worden, laten zien hoe actueel het nog is.”

Ten behoeve van de restauratie van barak 1B werden van stukjes sloophout van die barak zogenoemde ‘steunplankjes’ gemaakt. Ten behoeve van de restauratie van barak 1B werden van stukjes sloophout van die barak zogenoemde ‘steunplankjes’ gemaakt. Foto: Helene Middelhauve

Jeroen vergelijkt deze problematiek met een mijnenveld: “Wat ga je herdenken op 4 mei? Slachtoffers van alle oorlogen? Ik denk dat je dicht bij de Tweede Wereldoorlog moet blijven en de anderen moet herdenken op bijvoorbeeld Veteranendag.” We vragen hem of de herdenking zich mag uitstrekken tot Duitse slachtoffers. “Jongere generaties staan daar meer open voor. Maar langs graven van SS’ers paraderen, dat lijkt me geen goed idee.” Om er dan, na een korte stilte, aan toe te voegen: “… hoewel ook toen de dingen door elkaar liepen.”

Wie mogen aan de herdenkingen deelnemen? Jeroen: “De Duitse ambassadeur is al een aantal jaren in Vught bij de Dodenherdenking aanwezig. Aanvankelijk anoniem, in 2006 legde hij voor het eerst een krans en in 2008 hield hij ook een toespraak. Zijn inbreng is langzaam opgevoerd, het gaf geen problemen. En mensen als Grimbert Rost van Tonningen en Katrin Himmler mogen van mij spreken. Zij nemen afstand van de daden van hun familie. Het is niet aan ons om hen te veroordelen. Maar we moeten ons tegelijkertijd bewust blijven van de gevoeligheden, zeker bij direct getroffenen. Zo denk ik dat het geweldige gedicht ‘Foute keuze’ inderdaad nog niet voorgedragen moet worden op 4 mei op de Dam.”

Met welke gevoeligheden houd je rekening, waar leg je de grens? “Op termijn zullen we bredere cirkels kunnen trekken, maar nu moeten we rekening blijven houden met de eerste generatie. In NMKV willen we daarom geen directe beleving van kampervaringen. In het Simon Wiesenthal Centrum doen ze het overigens wel: bezoekers moeten bij binnenkomst kiezen tussen twee deuren…. Iets anders is de kritiek die we gekregen hebben van sommige groeperingen op de verkoop van stukjes sloophout van barak 1B, ‘steunplankjes’ voor tien euro, ten behoeve van de restauratie. Men vond het misbruik, voor ‘eigen gewin’. Ik vond dat het wel kon, net als de omstreden verkoop van de kastanje van de Anne Frankboom. Hoe dan ook, de discussie gaat nu over de ‘verdisneysering’ van de Holocaust en Anne Frank als exportproduct. Dat is goed, het prikkelt nog, het spreekt tot de verbeelding.”

Enkele reacties van bezoekers van barak IB. Enkele reacties van bezoekers van barak IB. Foto: Jac. Biemans

Toekomstideeën

Aan verbeeldingskracht en toekomstideeën ontbreekt het Jeroen niet. In de loop van ons gesprek kwamen er enkele langs: “In Den Bosch kunnen cruiseschepen niet aanleggen. Daar zouden ze natuurlijk iets aan moeten doen.” En, denkend aan de varende toeristen: “Uitbreiding van de bootjesroute via het Drongelens Kanaal tot NMKV komt er. We zouden daar een arrangement van kunnen maken voor mensen die een paar dagen in Den Bosch doorbrengen. En dan een verbinding leggen met de linie van 1629.”

Bovendien is nog lang niet alle potentie van het vroegere concentratiekampterrein benut. “Langs de Lunettenlaan is zeventig jaar Nederlandse geschiedenis samengebald. Zo is er nog een atoombunker uit de Koude Oorlog, op het terrein van het Geniemuseum, vlakbij barak 1B. De bunker is, ter camouflage, opgetrokken in dezelfde stijl als de omringende gebouwen uit de Tweede Wereldoorlog.

En dan is er natuurlijk de indringende aanwezigheid van de Penitentiaire Inrichtingen Vught, die maakt dat hier nog steeds de grens tussen vrijheid en onvrijheid zichtbaar aanwezig is.”

Wil jij reageren op dit artikel?

Contact

Ottie Thiers

Ottie Thiers

Historica linkedin.com
Jac. Biemans

Jac. Biemans

Medewerker Educatie en Public Relations bij de Gemeente 's-Hertogenbosch linkedin.com

Reageren