BKKC Mestmag logo Adverteren
Online community voor cultuur in Noord-Brabant

Er zijn in Nederland en dus ook in Brabant nogal wat ontwikkelingen gaande op het gebied van financiering voor kunst en cultuur. Marieke vraagt zich namens Mestmag.nl af: Welke nieuwe vormen van financiering zijn er? Wat is de status? En voor wie zijn deze vooral interessant?

Geschreven door Marieke van Stigt

Inhoudelijk komt er steeds meer nadruk te liggen op plannen van kunstenaars en projecthouders.
- Marieke van Stigt

In maart 2013 start het bkkc in samenwerking met de provincie het Impulsgeldenprogramma. Het is geen traditionele subsidieregeling waarbij je een aanvraag indient en na een bepaalde periode een toekenning of afwijzing krijgt. Het is een investeringsprogramma dat uitgaat van een systematiek waarbij er veel aandacht is voor overleg en afstemming tussen de projecthouder en bkkc, zowel in het voortraject als tijdens de uitvoering van het project zelf.

In 2015 komt daar Brabant C bij, een provinciaal fonds dat een bijdrage moet leveren aan een toonaangevende top in Brabant. Daarnaast ziet de provincie een rol voor zichzelf om te komen tot samenwerking en samenhang. Brabant C moet ook aan die netwerkopgave een bijdrage leveren. Net als bij het Impulsgeldenprogramma is er bij Brabant C sprake van medefinanciering: de vraagkant wordt gestimuleerd. En die vraagkant ligt vaak in andere domeinen: economie/innovatie, ecologie en breedbandtechnologie. Ook dat betekent veel overleg en afstemming met projecthouder en fonds.

The Art of Impact werd in opdracht van het ministerie van OCW ontwikkeld door de zes landelijke cultuurfondsen. Het riep in 2015 kunstenaars, ontwerpers, instellingen en opdrachtgevers binnen en buiten de culturele sector op om voorstellen in te dienen die een bijdrage leveren aan de relatie tussen kunst en maatschappij. Er kon niet alleen een aanvraag worden gedaan voor de daadwerkelijke realisatiefase, maar ook voor de ontwikkelfase van de projecten.

De bestaande regelingen sluiten aan op veranderingen die gaande zijn op het gebied van subsidieverlening. Inhoudelijk komt er steeds meer nadruk te liggen op plannen van kunstenaars en projecthouders. Niet zozeer het artistieke eindproduct, maar het voortraject is steeds meer van belang in de subsidieverstrekking. Projecthouders gaan in overleg met subsidieverleners, moeten verantwoording afleggen over hun plannen, of de subsidieverstrekking wordt afgestemd op het nakomen van gemaakte afspraken. De eigen plannen - waarop wil je beoordeeld worden – zijn leidend. Van projecten wordt steeds meer gevraagd om monitoring en zelfreflectie. Dit alles resulteert in inhoudelijke en voortdurende gesprekken tussen projecthouders en subsidieverstrekkers.

Grote Brabantse steden zoals ’s-Hertogenbosch, Tilburg, Breda en Eindhoven zoeken naar nieuwe systemen om de financiering van cultuur te organiseren.
- Marieke van Stigt

Verandering in Brabantse steden

Gemeenten spelen in op deze ontwikkelingen. Grote Brabantse steden zoals 's-Hertogenbosch, Tilburg, Breda en Eindhoven zoeken naar nieuwe systemen om de financiering van cultuur te organiseren. De dagelijkse besluiten op het gebied van kunst- en cultuur worden niet langer alleen maar gezien als een keuze gebaseerd op een eindproduct dat ligt op het bord van de politiek. Er ontstaat een systematiek waarbij er op voorhand al veel aandacht is voor overleg en afstemming tussen de gemeenten, het culturele veld en projecthouders.

In Breda is vanuit dit idee de Procesgroep CultuurBreda ontstaan. De procesgroep bestaat uit Bredanaars met verschillende achtergronden uit het onderwijs, het bedrijfsleven, de overheid, of de culturele sector. CultuurBreda inventariseert de culturele wensen van de stad en maakt het culturele veld en wat initiatiefnemers daar in de toekomst willen doen inzichtelijk. CultuurBreda stelt een offline kwartiermaker en online expert aan. In december 2015 wordt het online discussieplatform van CultuurBreda gelanceerd. Het doel is het opbouwen van community waarbinnen een continue dialoog wordt gevoerd tussen het culturele veld, initiatiefnemers, overheid, onderwijs, inwoners en andere betrokkenen partijen in Breda.

De gemeente 's-Hertogenbosch is bezig met een herinrichting van het subsidiestelsel. De gemeente wil meerjarige subsidieafspraken gaan maken met culturele instellingen en een budget waarbinnen subsidies voor belangrijke cultuurinstellingen en culturele evenementen voor vier jaar worden vastgesteld. Daarnaast is er de wens om een flexibel budget te creëren, op die manier wil de gemeente meer kansen bieden aan kleinere en nieuwe initiatieven. Deze initiatieven moeten volgens de gemeente nu te lang wachten op subsidie. Op 15 december neemt de raad een definitieve beslissing over het voorstel. Hoe initiatieven beoordeeld moeten worden, is nog niet duidelijk. De gemeente gaat hiervoor in gesprek met vertegenwoordigers ui het culturele veld om te kijken wat de beste manier is. Ook de gemeente Tilburg gaat vanaf de nieuwe beleidsperiode (2017-2020) werken in een vierjarig systeem. De meerjarige subsidies moeten ten goede komen aan de lang termijnplannen van instellingen. De grote Brabanste steden sluiten hiermee aan bij kunstenplanperiode van Rijk en provincie.

Dit is een van CultuurBreda.

Stichting Cultuur Eindhoven

De gemeente Eindhoven gaat een stap verder in het ontwikkelen van een nieuw financieringssysteem voor cultuur. Stichting Cultuur Eindhoven krijgt namens de gemeente de taak om het cultuurbeleid namens de gemeente uit te voeren. De Eindhovense politiek bepaalt nog steeds het cultuurbeleid op hoofdlijnen, en formuleert dit elke vier jaar in een cultuurbrief waarin een gerichte opdracht en een budget beschreven zijn. Deze worden vervolgens door Stichting Cultuur Eindhoven omgezet in beleid en regelingen voor organisaties om aanvraag voor subsidie in te dienen.

De stichting is vanaf de nieuwe beleidsperiode verantwoordelijk voor het beoordelen van subsidieaanvragen en het beslissen over financieringsaanvragen namens de gemeente. Volgens kwartiermaker Thomas van Dalen een grote verandering: "De verfondsing van de gemeentelijke budgeten is een belangrijke en bijzondere verschuiving. Deze knip tussen overheid en cultuursector is uniek, het lijkt op de situatie in Amsterdam waar het AFK een grotere rol gaat spelen, maar Eindhoven gaat verder. Daar komt ook de BIS in het fonds" Volgens Van Dalen kan het voordelen hebben wanneer niet alle individuele beslissingen op het gebied van cultuur op het bord van de politiek liggen. "Het fonds kan meer de diepte in en de gemeenteraad zal zich meer op de inhoudelijke keuzes moeten richten in plaats van op de instellingen. Inhoudelijk ontstaat daardoor meer aandacht voor de cultuur. Een keer per vier jaar wordt er heel diep en inhoudelijk gekeken. Onze Cultuurbrief doorbreekt de hokjes tussen disciplines. Er staat geen discipline centraal maar we kijken veel meer naar de doelen en de ontwikkeling. We kijken daarnaast waar de zwakke gaten in het veld zitten, maar ook waar verbindingen kunnen worden gelegd. We werken hierin domeinoverschrijdend."

De verfondsing van de gemeentelijke budgetten is een belangrijke en bijzondere verschuiving. Het beleid dat wij gaan uitvoeren is uniek, dat zie je zelfs niet in steden zoals Amsterdam.
- Marieke van Stigt

Matchen Rijksfondsen

Ook op provinciaal niveau spelen de doelen en de ontwikkeling van projecten een steeds grotere rol in de subsidieverstrekking. Vanaf de nieuwe beleidsperiode kunnen kunstinstellingen die meerjarig subsidie ontvangen van het Rijk of een van de rijksfondsen, op voorhand al een provinciale subsidie krijgen. De provincie noemt het Mondriaanfonds, Fonds voor Podiumkunsten en het Fonds voor Creatieve Industrie de te matchen fondsen. Hoe het met de overige rijksfondsen (Letterenfonds, Filmfonds en Fonds Cultuurparticipatie) zit, is nog niet duidelijk. De provinciale Adviescommissie Kunsten brengt voor de genoemde instellingen het artistieke niveau en de meerwaarde voor de Brabantse samenleving in kaart. Vervolgens worden afspraken gemaakt met de instellingen, waarin de specifieke bijdrage van de instelling voor Brabant voor de komende jaren worden vastgelegd. Ook op stedelijk niveau wordt matchen een thema in het cultuurbeleid. Zo wil de gemeente 's-Hertogenbosch een bedrag reserveren voor het matchen van subsidies voor Bossche instellingen uit het Brabant C Fonds. Ook binnen Stichting Cultuur Eindhoven kan bij substantiële matching door andere overheden of fondsen een aanvraag voor langere periode worden toegekend.

De provincie wil naast het matchen meerjarige subsidies geven aan kansrijke initiatieven. Het gaat om culturele initiatieven die op dit moment nog geen kans hebben op subsidie vanuit het Rijk, maar wel veelbelovend zijn en in de toekomst van grote toegevoegde waarde kunnen zijn voor Brabant. Ook deze regeling gaat uit van een systematiek waarbij er veel aandacht is voor overleg en afstemming met de projecthouder. Doel is om uiteindelijk een realistisch plan bij het rijk of een Rijksfonds aan te bieden, waarin ook de provinciale bijdrage specifiek is beschreven. Een groot voordeel voor projecthouders is dat ze hierna geen apart subsidievoorstel meer bij de provincie in hoeven te dienen.

De financiering van cultuur gaat er vanaf de nieuwe beleidsperiode op verschillende niveaus in Brabant anders uitzien.
- Marieke van Stigt

Meegaan met veranderingen

De financiering van cultuur gaat er vanaf de nieuwe beleidsperiode op verschillende niveaus in Brabant anders uitzien. Overleg en afstemming tussen subsidieverlener en projecthouder staan in de ontwikkeling van nieuwe beleids- en financieringssystemen centraal. Dit resulteert in inhoudelijke en voortdurende gesprekken tussen projecthouders en subsidieverstrekkers. Brabant C is pas net begonnen. In het Kunstenplan van de provincie is er veel aandacht voor het fonds dat de eerste investeringen heeft gedaan. In het Kunstenplan van de provincie is ook sprake van een impulsgeldenprogramma 2.0, hiermee wordt gekozen voor een voortzetting van de investering in versterking en vernieuwing in de sector. Eind 2015 komt het bkkc met een uitgebreide evaluatie van het impulsgeldenprogramma voor de periode 2013-2016. Uit de systematiek moet nog gaan blijken wat de grootste veranderingen en voordelen in de steden gaan zijn, zo vindt ook Van Dalen. "Pas als we vanaf 2017 in Eindhoven echt beginnen, gaan we zien hoe het allemaal zijn uitwerking gaat vinden. Uiteindelijk blijf je te maken houden met bepaalde structuren die een rol blijven spelen, dat is altijd zo geweest, maar de wereld om ons heen verandert en het is denk ik goed dat we daar in meegaan'.

Wil je iemand tippen?

Contact

Marieke van Stigt

Marieke van Stigt

Student Algemene Cultuurwetenschappen, freelance journalist linkedin.com
Thomas van Dalen

Thomas van Dalen

Kwartiermaker Cultuur Eindhoven cultuureindhoven.nl

Reageren