BKKC Mestmag logo Adverteren
Online community voor cultuur in Noord-Brabant
  • De twee belangrijkste toneelgezelschappen van Noord-Brabant, Het Zuidelijke Toneel en Theater Artemis, slaan de handen ineen voor een bijzondere familievoorstelling.
  • Over ouderliefde.
  • Dat wil zeggen: liefde van kinderen voor hun ouders, en die van ouders voor hun kinderen.
  • Titel: Hoe de grote mensen weggingen en wat er daarna gebeurde.
  • Première: eerstkomende editie van Theaterfestival Boulevard.

Vijf MEST-redacteuren schrijven een persoonlijke bijdrage over ouderliefde, geïnspireerd door een boek, film of liedje. De beeldmensen van MEST geven hun visuele interpretatie. ‘Erger is de angst dat mijn vader opduikt in mij als ik nieuw leven schenk’.

Dit artikel staat ook in MEST magazine #14!
Maria van der Heyden - Foto van mijn zoon in Toyobo-print Maria van der Heyden - Foto van mijn zoon in Toyobo-print
Janine Hendriks - Deze stoel gaat al drie generaties mee. Allemaal zaten we erin: mijn moeder, ik, mijn zonen. Kartondruk met spookbeelden van de roller. Janine Hendriks - Deze stoel gaat al drie generaties mee. Allemaal zaten we erin: mijn moeder, ik, mijn zonen. Kartondruk met spookbeelden van de roller.

Hoe de grote mensen weggingen en wat er daarna gebeurde

We zien straks op het toneel een middeleeuws dorp. Het ruikt naar vers hooi, in de verte klinkt muziek. Voor op het podium vertelt een marskramer een verhaal. Over hardwerkende ouders, die hun kinderen, desnoods met hun eigen leven, tegen wolven of andere plagen beschermen. Een zwaar en ruig bestaan, maar vol toewijding en liefde.

Tot nu toe. Want de ouders hebben besloten weg te gaan. Ze houden niet meer van hun kroost. Zomaar, opeens. Ze hebben het nog even geprobeerd, maar opvoeden zonder liefde is niet te doen. Dus pakken ze hun karren vol huisraad, enigszins schaamtevol maar vastbesloten. Ze vertrekken. In de huizen van het dorp slapen de kinderen. Zij weten nog van niks. Weg zijn de grote mensen. De muziek houdt op, het toneel is leeg, het stuk staat stil. Mag dat wel in een theater?

Er staat een kind op. Een kind uit het publiek. Het klautert het toneel op. Het lijkt te weten waar het heen moet. Een ander kind volgt, het kind dat met jou meekwam misschien wel. Wat nu?

Regie: Jetse Batelaan (Theater Artemis) | Artistiek advies: Piet Menu (Het Zuidelijk Toneel) | Nederlandse première: Theaterfestival Boulevard, donderdag 11 augustus, 15.00 uur.

Zuiver als rozenwater?

Een vader gooit zijn achtjarige, tengere dochter met een boog over de rietkraag heen, de vaart in. Zij zwemt naar de steiger, hij steekt zijn hand uit en trekt haar uit het water. Brengt haar terug naar het begin, en gooit haar opnieuw. Ze doen het nog eens. En nog eens. Hij gooit steeds hoger, zij wordt steeds vermoeider – en uiteindelijk gaat het bijna mis.

Hokwerda, in Oek de Jongs Hokwerda’s kind, noemt zijn dochter zijn oogappel, en wanneer hij dat woord zegt, schiet hij vol. Hij adoreert haar. Die overweldigende liefde die we voor onze kinderen voelen, gewoon als we naar hun schoudertjes kijken, hun lieve knietjes, hun ogen, ja, die voelen wij ook. En zo hoort het.

De moeders en de vaders aan de rand van de speeltuin zeggen het tegen elkaar: Ja, natuurlijk, je hebt er je handen vol aan, maar uiteindelijk zijn het toch schatjes.

Als Hokwerda, staand op het steigertje, naar zijn dochter kijkt, die vanuit het water naar hem opkijkt, hijgend en watertrappend, wacht hij met het uitsteken van zijn hand. En hij denkt: met mijn klomp kan ik dat kopje onder water duwen. Lang. O nee, dát voelen wij nooit, die Hokwerda is een gevaarlijke gek. En als we het voelen ontkennen we het, want onze ouderliefde is zuiver als rozenwater.

Uiteindelijk trekt de vader zijn dochter uit het water, zij klemt zich als een aapje aan hem vast. 'Haar hart hamerde tegen de zachte ribbenkast, zo hard dat hij het voelde tegen zijn eigen borst’.

Anneke van Wolfswinkel

Suzanne Hertogs - Collectie: plezier / pijn & verdriet / slapen + broederliefde Suzanne Hertogs - Collectie: plezier / pijn & verdriet / slapen + broederliefde

Straks verkopen we je aan de zigeuners

“Kijk maar uit!” waarschuwen we de dochter, als ze zeurt op reis, “straks verkopen we je op de markt aan de zigeuners!” Het dreigement sorteert het meeste effect in schimmige oorden als Tirana, Prizren of Baku, waar een dergelijk scenario voor haar niet ondenkbaar is.

Voor ons ook niet trouwens. In gedachten zien we dochterlief al geketend in een huifkar als slaafje of circusaapje het wilde oosten doortrekken.

Van een nachtmerrie - je kind kwijtraken - een running gag maken, zo hopen we het ongeluk te bezweren. En omarmen we haar op curieuze wijze met onmetelijke liefde.

De arme vader in de film L’Enfant (Jean-Pierre en Luc Dardenne) heeft zijn pasgeboren zoon écht verkocht. Voor vijfduizend euro. Meteen erna raakt hij volledig in paniek; hij had de ingebakken liefde voor zijn zoon niet meegerekend.

De Dardennes brengen vaker de ouderkind-relatie subliem in beeld, zie La Promesse, over de moeizame maar onvoorwaardelijke liefde tussen een sjacherende vader en medeplichtig gemaakte zoon; Le Fils, over een vader, een (dode) zoon en diens moordenaar; of Le gamin au vélo, waarin vader niets met zijn jonge zoon te maken wil hebben: een personage dat door niemand begrepen wordt.

Waar Britse geestverwanten Loach en Leigh melodramatisch werden, bleven de films van de Luikse broers hartverscheurend en - zeker voor een vader - uitermate herkenbaar.

Het Zuid-Limburgse drama Gluckauf komt qua gevoel soms even in de buurt. In een verstikkende relatie tussen criminele vader en zijn zoon wint de liefde het nipt van de vuist.

Zoals het dankzij diezelfde, soms ondoorgrondelijke kinderliefde ook steeds weer goed komt tussen de rebellerende puberdochter en de ouders, net voordat ze het kind écht aan de zigeuners willen verkopen.

Dieter van den Bergh

Alsof het feit dat hij leefde mijn liefde voor hem had geblokkeerd

De liefde van een kind voor zijn ouders is een kwetsbare en stekelige. Het kan een liefde uit plichtsbesef zijn: wanneer je als kind vindt je dat je van je ouders móet houden, puur omdat ze je ouders zijn.

Tot ik hem maart vorig jaar zag liggen in het ziekenhuis - geveld door een hartinfarct, kunstmatig in coma gehouden, snel verzwakkend - had ik een uiterst stugge band met mijn vader. Wat het betekende als ik zei dat ik van hem hield, wist ik niet. Mensen schrokken van de kille toon waarop ik over hem sprak. Ik leek het te hebben over een vervelende vriend die ik liever kwijt was dan rijk.

Toen ik hem daadwerkelijk verloor, verdween het allemaal: de wrok die ik gewend was te voelen, de almaar herkauwde verwijten, de teleurstellingen. Alsof ze er eigenlijk nooit hadden hoeven zijn. Alsof het feit dat hij leefde mijn liefde voor hem had geblokkeerd, en we nu pas konden zijn wie we al die tijd waren: hij mijn vader, ik zijn zoon.

Aan zijn sterfbed probeerde ik hem in mijn hervonden gevoelens te laten delen, door mijn hand op de zijne te leggen en door tegen hem te praten. Ik weet niet wat hij daarvan meekreeg, en of hij me hoorde.

Dat ogenblik uit mijn leven zou ik willen plaatsen naast een van de mooiste scènes uit Bob Rafelsons Five Easy Pieces (1970): die waarin Bobby (Jack Nicholson) voor het allerlaatst contact probeert te leggen met zijn door hersenbloedingen verlamde, stervende vader. Een man met wie Bobby nooit goed contact heeft gehad. “Ik denk dat, als jij nu kon praten, we waarschijnlijk helemaal geen gesprek zouden voeren”, zegt Bobby, in de buitenlucht zittend naast de rolstoel van de oude man.

Wat me ontroert is dat Rafelson, ondanks het feit dat Bobby's vader niets terug kan zeggen, toch met close-ups van diens gezicht komt. Twee, drie korte shots zijn het, die je de kans geven om op dat lamgelegde gezicht te zoeken naar een laatste glimp expressie. Op die momenten ben ik even helemaal niet bezig met Bobby en zijn frustraties, maar probeer ik enkel een mooie, liefhebbende vader te zien.

Kevin Toma

The End

Wel zeven keer. Of acht. Tot de nieuwe dag begint. Zo vaak draai ik die nacht The End van Nico. Zij heeft een grafkelderstem met een trapje erin. Afdalingen in D-mineur. Schokkerig, donker. Nico houdt niet van zaklampliedjes.

Ze is een ex-fotomodel uit Duitsland, heroïneliefje van The Velvet Underground. In The End zingt ze over een zoon die op een nacht aan het echtelijk bed verschijnt. Hij komt geen aspirientje halen. ‘Father, I’ve come to kill you’, fluistert hij. Aan Jim Morrisons versie van The End kun je ontsnappen, maar bij Nico helpt er geen moedertjelief aan. Zij zingt wetten. Die zomernacht in 1978 leert Nico mij wat opvolging betekent. Ooit neemt de zoon de plaats in van de vader.

Geen 24 of 26 jaar later. Maar een kwart eeuw. Huiver houdt van ritmiek. Een bloedhete dag in 2003. Vader, moeder en kind zoeken verkoeling aan het Engelermeer in Den Bosch. Willem (5) wil telkens opnieuw zwemmen. Moeder blijft bij spulletjes, vader-met-krant gaat mee. Vanaf het strand zal hij lezen en toekijken. Het kind bedenkt een wedstrijd met zichzelf: rennen, duiken, onder water zwemmen. Tot voorbij de drijvende ketting. Weer terug. Wel 112 keer.

Alarm. Na 111 keer kijken, met een half oog. Het water is sprakeloos en bruin. Mijn zoon is weg. Hij ligt ergens op de bodem. Alleen het Engelermeer en ik weten dat. Blinde paniek. Ik ren het water in. Dieper. Twee maaiende handen, op zoek naar mijn zoon. Enkele omstanders waden mee. Drie, vier minuten lang. Nergens luchtbellen. In mijn ziel start een pick-upje. Iemand draait The End achterstevoren. De vader doodt zijn zoon.

Blauwe zwembroek, wit touwtje. Een bedrukt kind op een badhanddoek. Hij leunt tegen zijn sussende moeder aan. Hij is vliegensvlug het water uitgerend. Alleen maar voor de grap. The End duurt 9m28s. Vaderliefde langer.

Eric Alink

De angst dat mijn vader opduikt in mij

Soms duikt hij zomaar op. In de winkelstraat of in de supermarkt. Mijn vader. Lang grijs haar, een baard, blauwe ogen. Al tien jaar heb ik hem niet meer bezocht of gesproken. We wonen in dezelfde stad. We komen elkaar weleens tegen. Soms kruisen onze blikken elkaar. Dan kijken we snel weg en doen we alsof we elkaar niet zien.

Na de scheiding is het contact verbroken. Mijn vader was een dominante man. Hij schreeuwde veel, vooral ’s avonds en ’s nachts tegen mijn moeder. Bang lag ik onder de dekens, hopend dat de storm zou gaan liggen. Later, toen ik sterker werd, kwam ik in verzet. Het verzet haalde weinig uit. De nachten bleven gevuld met geschreeuw, de dagen met een ijselijk zwijgen, stilte voor de storm. Na de scheiding wist ik dat we elkaar nooit meer zouden zien.

In de roman In goede handen van Robbert Welagen twijfelt hoofdpersoon Erik Bergmans of hij kinderen wil. Op een dag ziet hij iemand lopen die sprekend op hem lijkt. De man ziet er succesvol uit, als een betere versie van Bergmans. Een versie die hij liever had willen zijn. Het zet hem aan het denken over zijn jeugd en het vaderschap.

Als ik mijn vader onverwacht tegenkom, zie ik een oudere versie van mezelf. Een versie waarin ik nooit wil veranderen. Over kinderen zijn mijn vriendin en ik het eens. Ze zullen er nooit komen. Een afwezige vader die soms opduikt in de stad, daar kan ik wel mee omgaan. Erger is de angst dat mijn vader opduikt in mij als ik nieuw leven schenk.

Bart Smout

Dit artikel is afkomstig uit de papieren MEST magazine #14. Lees de preview, bestel een proefexemplaar of neem een abonnement!

Wil jij reageren op dit artikel?

Contact

Eric Alink

Eric Alink

MEST redacteur bosschekroniek.nl
Anneke van Wolfswinkel

Anneke van Wolfswinkel

Schrijver en journalist linkedin.com
Dieter van den Bergh

Dieter van den Bergh

Journalist cingelstraat.blogspot.nl
Maria van der Heyden

Maria van der Heyden

Fotograaf en beeldredacteur mariavanderheyden.com
Bart Smout

Bart Smout

Schrijver, journalist en columnist bartsmout.com
Kevin Toma

Kevin Toma

Journalist en muzikant kevintoma.nl
Suzanne Hertogs

Suzanne Hertogs

Grafisch vormgever
Janine Hendriks

Janine Hendriks

Grafisch vormgever

Reageren