BKKC Mestmag logo Adverteren
Online community voor cultuur in Noord-Brabant

Het gaat goed met museum De Pont. Al jaren. De waardering voor collectie en exposities is hoog, bij professionals en bezoekers, zowel nationaal als internationaal. Opvallend veel mensen zeggen ronduit dat ze van het museum houden. De gemeente Tilburg schonk onlangs een nieuwe entree, in het voorjaar opent een nieuwe tentoonstellingsvleugel en volgend jaar wordt het 25-jarig bestaan gevierd. De liefde voor De Pont verklaard.

Geschreven door Anneke van Wolfswinkel
Dit artikel verscheen ook in MEST Magazine #14!

Het is het licht dat de sculpturen magisch maakt. De tien massief glazen reuzentumtums, subtiel groen, blauw en rozig gekleurd, vormen het hoogtepunt van de tentoonstelling van de Amerikaanse kunstenaar Roni Horn in De Pont. Vijf ton wegen ze, per stuk, maar ze ogen gewichtloos. Door het daglicht dat via het glazen dak naar binnen valt en zich samenbalt in de sculpturen, gloeit het glas van binnenuit op. Mooier dan dit kan het samenspel tussen een kunstwerk en een ruimte niet worden.

Daglicht

De Pont is zo'n zeldzaam gebouw waar je je direct prettig voelt. Het is vriendelijk, open en kalm, er is ademruimte. Museum fatigue krijgt geen kans. Architect Mels Crouwel verbouwde de voormalige wolspinnerij voor de opening in 1992, met precies de juiste terughoudendheid, tot museum. Het gebouw heeft een heldere structuur, alles is gelijkvloers en dankzij de in de weidse ruimte geplaatste wanden kun je ronddwalen zonder de weg kwijt te raken. Zoals in een park. De bakstenen gang en de wolhokken die dienst doen als kleine kabinetten zorgen voor ritme. Maar de belangrijkste kwaliteit van het gebouw is het daglicht.

Er zijn meer kunstwerken die het licht lijken te vangen: Wedgework III van James Turrell, een door louter licht geschapen ruimtelijke vorm, een ijkpunt in de collectie. Verderop hangt het schilderij van Jan Andriesse, zacht pulserend regenbooglicht. In een aparte ruimte zit je tegenover de sterrenwand van Angela Bulloch. Door de aanwezigheid van de glassculpturen van Roni Horn ontstaan nieuwe verbindingen tussen werken uit de vaste collectie.

Spinnenweb

Directeur Hendrik Driessen (63), die vanaf de oprichting leiding geeft aan het museum en verantwoordelijk is voor alle aankopen, vergelijkt de collectie met een spinnenweb. Hij begon met de hoofddraden, stevige lijnen om verder op te kunnen bouwen. Zwaartepunten, werk van kunstenaars als James Turrell, Richard Serra, Anish Kapoor. Steeds fijnmaziger wordt het web, en er ontstaan, zoals in een uitdijende familie, nieuwe onderlinge relaties.

De middelen komen uit de nalatenschap van de van oorsprong Tilburgse jurist en zakenman Jan de Pont. Kort voor zijn overlijden in 1987 bepaalde hij dat zijn vermogen aangewend moest worden ter ondersteuning van de hedendaagse kunst. Er werd een stichting opgericht en Driessen, waarnemend directeur van het Van Abbemuseum, werd aangetrokken als directeur. Toen hij begon was er nog niets: geen gebouw, geen collectie, geen beleidsplan. Hoe groot de nalatenschap precies is, is niet bekend, maar zeker is dat er tot in lengte van jaren kunst mee kan worden verzameld van internationale topkunstenaars.

Oude vrienden

De ingenieus gebogen spiegel Vertigo van Anish Kapoor, waar je écht duizelig van wordt, het gat in de grond en de zwevende schijf violet licht van dezelfde kunstenaar: het zijn kunstwerken waar je bij ieder bezoek even langsgaat, alsof je oude vrienden weerziet. Zo zijn er veel meer: het bijenwasgangetje van Wolfgang Laib, de video The Greeting van Bill Viola, de reuzenmannetjes van Thomas Schütte. Er is een indrukwekkende collectie schilderijen en tekeningen, van Marlene Dumas, Marc Mulders, Luc Tuymans, Raoul de Keyser, René Daniëls, Bernard Frize. Er zijn foto's van Jeff Wall, Sophie Calle, Charlotte Dumas, Esko Männikkö – zo'n 750 werken telt de collectie inmiddels, van 75 kunstenaars.

Een verzameling met meer diepte dan breedte: een klein aantal kunstenaars wordt langdurig gevolgd en geregeld getoond. Ze zijn divers wat betreft land van herkomst, medium, beeldtaal en ideeën. Maar als je ze vaker ziet, telkens in andere samenstellingen, ontdek je samenhang. Die voel je, al kun je het moeilijk analyseren. Het heeft vooral te maken met zintuiglijkheid: in De Pont worden de zintuigen beroerd. Het oog, allereerst, maar ook de reuk, de tastzin. Driessen verwelkomt schoonheid, laat ontroering toe. Bij de glazen kolossen van Roni Horn staat permanent een suppoost, om mensen ervan te weerhouden het ruwe oppervlak van de zijkant of de watergladde bovenkant aan te raken.

Serieus genomen

De Pont verzamelt hedendaagse kunst van relevante internationale kunstenaars. Geen music for the millions, maar toch is het een museum waar je gerust iemand mee naartoe neemt die niet of nauwelijks bekend is met hedendaagse kunst. Als bezoeker voel je je uitgenodigd om simpelweg te kijken en je eigen gedachten te vormen over wat je ziet. Er zijn musea die je aan de hand nemen alsof je een klein kind bent, er zijn andere kunstinstellingen die over je hoofd heen theoretiseren, maar hier word je als bezoeker serieus genomen.

De ‘ik’

Vóórdat je de glassculpturen van Roni Horn ziet, loop je eerst langs een lange wand met haar foto's. Met die wand is iets geks aan de hand: hij vormt een gang die naar het eind toe langzaam smaller wordt, zodat je onbewust het gevoel krijgt zelf groter te worden, aanweziger, op het ongemakkelijke af. De foto's zijn allemaal portretten van Roni Horn, van het jonge blonde meisje dat ze ooit was tot de androgyne vrouw van zestig die ze nu is. Ze zijn verdeeld in vijftien tweetallen, meestal een combinatie van een jongere en een oudere versie van zichzelf. Het lijkt een eenvoudige opzet, maar het effect is onverwacht intens. De verschillen in uiterlijk en leeftijd zijn vaak groot, maar de overeenkomsten – een oogopslag, een frons, een glimlach – zijn intrigerend. Wat maakt Roni Horn tot wie zij is? Wat voor haar geldt, gaat voor ieder mens op, ook voor jezelf. Als je zo sterk verandert in de loop van je leven, wat is dan de constante die je 'ik' noemt?

Al voordat Hendrik Driessen ook maar één kunstwerk had aangekocht, stond Roni Horn op zijn lijstje van zeven kunstenaars van wie hij zeker iets wilde kopen. Zij moest deel uitmaken van de kern van de collectie, de hoofddraden van het web. Zesendertig jaar was hij toen hij begon, en in die tijd ontmoette hij Roni Horn, een generatiegenoot.

Ze lagen elkaar goed en er ontstond een vriendschap die zich tot op de dag van vandaag verdiept. Al in 1993 kreeg Horn een solo-expositie in De Pont. Driessen kocht inderdaad werk van haar aan, onder meer het sleutelwerk Pair Field. Over haar werk praten ze als vrienden. Hij stelt vragen: waarom maak je wat je maakt? Waarom gebruik je dit of dat materiaal? Welke kant beweeg je op met je werk? Dat vindt Driessen het mooiste aan zijn werk: het gesprek met kunstenaars.

De liefde 

En kunstenaars waarderen de respectvolle, zorgvuldige en tegelijkertijd kritische manier waarop hij met hen omgaat. Dat Sigmar Polke een belangrijk werk ̶ Hermes Trismegistos I-IV ̶ aan De Pont verkocht terwijl andere, veel grotere musea, erom vochten, heeft daar veel mee te maken. 

Misschien maakt het uit dat Driessen niet is opgeleid als kunsthistoricus, maar als kunstenaar. De kunsttheorie en de geschiedenis zijn belangrijk, natuurlijk, maar nooit leidend. Het draait om het ding dat de kunstenaar maakt, hoe hij het maakt, en waarom. 

Die liefde voor de kunst, de respectvolle betrokkenheid bij kunstenaars, dát is de constante grondtoon, die met de groei van de collectie en de uitbreiding van het museum constant blijft. Bezoekers worden erdoor aangestoken, en gaan van het museum en de collectie houden. Dat is het geheim, het 'ik' van De Pont. 

Voor dit artikel is gesproken met Hendrik Driessen (directeur De Pont), Marie-josé Eijkemans (hoofd educatie De Pont), Linda Arts (kunstenaar en initiatiefnemer van kunstplatform Park), Hans den Hartog Jager (kunstcriticus NRC), Marieke van Schijndel (voormalig hoofd Kunstzaken Rabobank), Rob Schoonen (chef Cultuur Eindhovens Dagblad) en Tim Zeedijk (hoofd Tentoonstellingen, Rijksmuseum Amsterdam).

Dit artikel is afkomstig uit de papieren MEST magazine #14. Lees de preview, bestel een proefexemplaar of neem een abonnement!

Wat vind jij van De Pont?

Contact

Anneke van Wolfswinkel

Anneke van Wolfswinkel

Schrijver en journalist linkedin.com

Reageren