BKKC Mestmag logo Adverteren
Online community voor cultuur in Noord-Brabant

Opinie | Steeds meer gemeenten bezuinigen op professionele muziekdocenten. Op sommige plekken worden zelfs leerlingen opgeleid om zelf les te gaan geven, met als gevolg dat de professioneel geschoolde docenten niet meer nodig zijn. Mestmag.nl vroeg Fanny van Rooij, zelf als professioneel muziekdocent verbonden aan een aantal kunstencentra, om deze trend te duiden.

Geschreven door Fanny van Rooij

Elke van gompel, docent bij MIK. Elke van gompel, docent bij MIK. Een muziekles bij het MIK in Veghel, waar Fanny docent is.

In de Nederlandse filmklassieker De fanfare (1958) van Bert Haanstra valt een ruziënd orkest uiteen in twee partijen. Beide partijen willen meedoen aan een belangrijk concours. De afgesplitste muzikanten halen een professionelere dirigent uit de stad en beginnen met het instuderen van een 'modern' stuk, terwijl het andere kamp met een traditioneel programma goede kans hoopt te maken.

Van ‘bovenmeester’ naar drive tot vernieuwing

Deze filmklassieker vat – verrassend genoeg – de ontwikkeling van het Nederlandse muziekonderwijs kort en bondig samen: een constante drive naar vernieuwing en kwaliteitsverbetering om tot meer muzikaal plezier te komen. Een drive die letterlijk uit de boerenklei is ontstaan. De komst van door de gemeente gesubsidieerde muziekscholen in de jaren zestig en zeventig heeft sterk aan deze ontwikkeling bijgedragen: eindelijk kwam er een brede en betaalbare basisvoorziening voor cultuureducatie en amateurkunst. Zo werd goed muziekonderwijs voor iedereen – en niet slechts the happy few – toegankelijk: muziekonderwijs gegeven door professioneel geschoolde docenten met kennis van pedagogiek en didactiek, als specialist op hun instrument. De spreekwoordelijke ‘bovenmeester’ die bij de harmonie of fanfare ‘les gaf’ op bijvoorbeeld trompet, klarinet én hoorn werd snel voltooid verleden tijd.

Een muziekles bij het MIK in Veghel, waar Fanny docent is.

Van culturele kruisbestuiving tot verschraling van de markt

Muziekscholen zijn hierdoor in een viertal decennia uitgegroeid tot geoutilleerde kunstencentra met een stevig verankerd netwerk in de samenleving. Organisaties die cross-overs en andere culturele kruisbestuivingen alleen maar toejuichen. Organisaties die inmiddels ook bredere programma’s aanbieden dan alleen individuele muzieklessen: van cultuureducatie in het onderwijs en workshops in het bedrijfsleven tot community art projecten en aanbod voor zorgcentra. We hebben het dus over organisaties die, zoals ook Geert Drion deze zomer op Volkskrant.nl stelt, essentiële bouwstenen leveren voor onze samenleving met vraaggerichte in plaats van aanbodgerichte programma’s. Organisaties die cultuurparticipatie bieden aan iedereen.

Een filmpje van MIK uit Veghel Fanny: 'In dit filmpje laat MIK zien dat zij als kunstencentrum een volwaardig aanbod hebben om te bieden aan (grote) partners. Dat is voor een kunstencentrum makkelijker te realiseren dan voor kleinere partijen.'

Door de bezuinigingen op kunst en cultuur dreigt dit allemaal verloren te gaan. De lestarieven zijn noodgedwongen gestegen en een direct gevolg hiervan is dat de privéscholen als paddenstoelen uit de grond schieten. Deze scholen verzorgen met name lessen op populaire instrumenten als saxofoon, gitaar, keybord en drums. De kwaliteit van dit onderwijs is lastig te controleren. Voor een te laag tarief worden vaak lessen gegeven door niet-bevoegde docenten. Soms zijn dit amateurs. In het gunstigste geval zijn het musici die een tweetal jaar aan een conservatorium hebben gestudeerd en niet over de competenties beschikten om deze studie met een goed resultaat af te ronden. Met dit lage lestarief kunnen professionele docenten onmogelijk concurreren, waardoor muziekscholen én professionele privédocenten nog verder in hun voortbestaan bedreigd worden.

In deze vorm van marktwerking schuilt een aantal gevaren:

1. Onderwijs in minder populaire instrumenten als hobo, fagot en harp wordt minder vaak aangeboden.

Voor commerciële partijen is het niet aantrekkelijk om onderwijs aan te bieden voor minder populaire instrumenten. Hierdoor dreigt er een groot gat te ontstaan in de bezetting van de vele amateur blaas- en symfonieorkesten: orkesten die immers onmogelijk kunnen musiceren zonder hobo’s, fagotten, hoorns, contrabassen en harp. Uiteindelijk zullen veel van deze orkesten noodgedwongen moeten fuseren om vervolgens een stille dood te sterven.

2. Overkoepelend ensembleonderwijs dreigt te verdwijnen.

Wanneer een muziekschool verdwijnt, verdwijnt ook het ensembleonderwijs en daarmee de gedegen basis in het samenspel: een belangrijke drijfveer voor leerlingen én een manier om mensen met elkaar te verbinden. Talentvolle leerlingen zullen minder snel in heterogeen groepsverband kunnen samenspelen. En de momenten waarop zij met hun talenten naar buiten kunnen treden, zullen beperkt blijven tot de jaarlijkse voorspeelavond van de professionele privédocent: weg strijkersensemble, popcoaching, blaaskwintet of jazzensemble en weg concerten op de grotere podia in de regio.

Een meisje krijgt pianoles.

3. De waarborging en continuering van kwaliteit gaan verloren.

Kunstencentra beschikken over een professionele overhead met bijbehorend netwerk. Hoewel deze overhead vaak al noodgedwongen is gekrompen, zorgt een professioneel bestuur of MT er nog steeds voor dat er altijd een professioneel docententeam klaar staat. Een docententeam dat staat voor een doorlopende leerlijn. Een doorlopende leerlijn die, indien gewenst, naadloos aansluit op de landelijke muziekexameneisen. Nu geven de professionele privédocenten ook les met hetzelfde kwaliteitslabel. Maar met de verdwijning van muziekscholen komt er nog een andere partij op de markt: de amateurbestuurders van bijvoorbeeld harmonieën en fanfares. Deze besturen zetten, overigens met alle goede bedoelingen, bij gebrek aan een muziekschool vaak een eigen muziekopleiding op. Zij huren dan professionele zzp-docenten in om muzieklessen voor hun aspirant-leden te verzorgen. Deze amateurbestuurders zijn voor de waarborging en continuering van de kwaliteit van hun opleiding sterk afhankelijk van de welwillendheid van deze professionele zzp-docent. Als zo’n docent plotsklaps vertrekt, is het voor de amateurbestuurder vaak een onmogelijke taak om zélf een andere professionele zzp-docent te vinden. Zeker als een oud-docent niet wil bemiddelen bij de zoektocht naar een nieuwe docent. De amateurbestuurders kunnen namelijk niet over de capaciteiten van professionele docenten oordelen. In ieder geval niet op hetzelfde niveau en op dezelfde objectieve wijze als een professioneel bestuur of MT van een muziekschool dit kan doen.

4. Opgebouwde netwerken en bereikte doelgroepen zullen we uit het oog verliezen.

Kunstencentra zijn goed zichtbaar en stevig verankerd in de samenleving: zij zijn een verbinder, netwerker en spin in het web. Zij kunnen als geen ander leerlingen naar buiten laten treden voor optredens tijdens bijvoorbeeld festivals in de regio. Daarnaast zijn kunstencentra ook de ideale gesprekspartner voor bedrijven en zorginstellingen die cultuur willen integreren in hun aanbod. Ook vormen zij een gedegen blok om gezamenlijk met andere culturele partners grote projecten uit te voeren. De professionele privédocenten, hoe goed zij ook lesgeven, kunnen onmogelijk zelf al deze contacten onderhouden.

Laten we met zijn allen niet terugzakken in de klei van Haanstra’s fanfare, maar ervoor vechten om het muziekonderwijs stevig in het overheidsbeleid te verankeren: op landelijk, provinciaal én regionaal niveau.

De foto in de header is een bewerking van een foto van Nosha.

Wil jij reageren op dit artikel?

Contact

Fanny van Rooij

Fanny van Rooij

Professioneel muziekdocent

Reageren