BKKC Mestmag logo Adverteren
Online community voor cultuur in Noord-Brabant

(en een zelfstandig voortbestaan van de NWE Vorst)

Het zijn spannende tijden bij De NWE Vorst. Jan Zobel, ruim twee jaar directeur bij het Tilburgse theater, moest 1 oktober het veld ruimen. Sinds de bekendmaking van zijn vertrek gonst het van de geruchten. Voormalig bestuurslid Rien van der Vleuten is interim-directeur tot 1 april en bekijkt met het bestuur momenteel hoe het verder moet met De NWE Vorst. Die plannen worden naar verwacht half december gepresenteerd. Oud-directeur René Jagers maakt zich zorgen over het zelfstandig voortbestaan van het theater. Hij deelt zijn visie op De NWE Vorst van morgen. Met een gepassioneerd pleidooi voor theaters die een bijdrage leveren aan een betere toekomst.

Geschreven door René Jagers, oud directeur van De NWE Vorst

Een theater dat een dialoog tussen stad en wereld op gang brengt.
- René Jagers

Het verschil in visie tussen de voormalige directeur, Jan Zobel, en het bestuur van theater De NWE Vorst lijkt een verschil in aanpak. Beiden willen en wilden het theater wapenen voor de toekomst. De directeur door aan de voorkant te werken en vooral veel enthousiasme uit te stralen. Het bestuur door zich een degelijk plan te wensen, meer verschillende inkomstenbronnen te zoeken en diepgaandere samenwerkingsverbanden aan te gaan. Vooral achterkantwerk dus. Zoals bij elk conflict is de werkelijkheid genuanceerder, complexer en wolliger, maar laat ik het hier overzichtelijk houden.

Inmiddels zijn we een fase verder. Jan Zobel is vertrokken en een interim-directeur, Rien van der Vleuten, voorheen bestuurslid, is aan de slag gegaan. Wat is gebleven, zijn de twee samenhangende vragen: hoe zien De NWE Vorst van morgen en het theater van morgen eruit?

Vlakkevloertheaters

De vlakkevloertheaters ontstonden in de jaren zestig van de vorige eeuw en hadden voor die generatie een emancipatoire kracht. Inmiddels heeft het theater nood aan een nieuw elan en een nieuwe generatie. Denk aan de huidige twintigers en dertigers. Het zou niet onlogisch zijn als zij mee zouden denken over dat nieuwe elan. Uiteindelijk is het hun toekomst.

Deze nieuwe generaties zullen op zoek gaan naar een nieuwe structuur die bij hen past. Dit is ongetwijfeld een open structuur, waarbij veel mensen en organisaties betrokken zijn om ideeën te ontwikkelen. We leven tenslotte in een tijd waarin steeds meer groepen uit de bevolking hun eigen artistieke uitdrukkingsvormen kennen. Het moderne theater zal daar ruimhartig voor open staan.

Een hybride theater

Het zal ook een flexibel en hybride theater zijn, dat de ene keer zijn verbinding hier en dan weer daar legt. Kruisverbanden worden onderzocht en steeds worden weer nieuwe verbindingen aangegaan. Het stramien van een jaarprogramma zou er wel eens anders uit kunnen zien. Met meer projecten dan losse voorstellingen bijvoorbeeld. Een theater dat van project naar project gaat met wisselende samenwerkingsverbanden uit zowel artistieke als maatschappelijke kringen.

In dit theater is het maken minstens even belangrijk als het presenteren. Het is een vrijhaven voor makers en andere inhoudelijke onderzoekers en verkenners. De verbeelding staat centraal en die is nuttig op alle vlakken van het leven. Het nieuwe theater is een plek om te werken, te presenteren en te ontmoeten. Het is daarmee ook een plek voor dat deel van het publiek uit de stad dat geïnspireerd wil worden of actief mee wil denken.

Het zal tegelijk een stedelijk en een wereldtheater zijn. Een theater gebaseerd in de stad, maar met de deur open naar de wereld. Een theater dat een dialoog tussen stad en wereld op gang brengt.

Een flexibel maaktheater

De visie is er praktijk geworden. Er is geen onderscheid tussen vorm en inhoud. Een sterke coördinator is nodig die deze aanpak tot in het diepste van zijn poriën uitademt. Hij zet de lijnen uit, schept de voorwaarden en bewaakt de voortgang. Hij of zij is niet zelfzuchtig en zeker niet autoritair. Hij of zij werkt horizontaal, democratisch, transparant en betrekt een collectief van makers, sympathisanten en deskundigen. Daar horen flexibele samenwerkingsverbanden bij die ver blijven van schaalvergroting en machtsvorming, en die zich niet laat leiden door de politieke druk tot samengaan.

De visie die dit theater van morgen uitdraagt, is haar bestaansrecht. Het theater richt zich op een betere toekomst. Op een samenleving die zich wil verheffen boven het bestiale en het egoïstische leven van alledag, die ontwikkeling en vooruitgang hoog in het vaandel heeft. In zo'n samenleving zijn gereedschappen als verbeelding en creativiteit broodnodig. Zo'n samenleving heeft verkenners nodig die onze - steeds bewegende - grenzen afschuimen naar nieuwe kansen, naar hoopvolle horizonten en onverwachte perspectieven. Kunstenaars zijn zulke verkenners.

Als dat het theater is dat we voor ogen hebben, is Tilburg dan de aangewezen plek? Ja. Er is in Noord-Brabant geen andere stad denkbaar als vestigingslocatie voor zo'n maaktheater. Hier huizen de enige opleidingen in Brabant voor de podiumkunsten. En is De NWE Vorst de meest geschikte kandidaat? Ja. Zij heeft tot op heden altijd ruimte geboden aan jonge creatievelingen. Productie was hier altijd even belangrijk als presentatie en ontmoeting. Zij kan die basis met enige inspanning makkelijk uitbreiden naar een nog completer instituut van de verbeelding. En daar ook andere creatieve geledingen uit stad en land bij betrekken. Ik doel op meer praktische verbeelders zoals wetenschappers, designers en andere bouwers en bedenkers van nieuwe concepten en structuren. Kortom: iedereen met verfrissende ideeën.

De NWE Vorst als zalenboer?

Alles draait dus om visie, om een degelijk plan dat ook met enthousiasme dient te worden uitgedragen. Op dit punt hadden bestuur en directeur elkaar mogelijk een hand kunnen geven. De twee andere bestuurlijke wensen - meer middelen uit meer diverse bronnen en nieuwe vormen van samenwerking - lijken ook alleszins redelijk. Het zijn punten waar in deze context niemand op tegen kan zijn.

Toch zou het zo maar anders kunnen lopen. Uit een gesprek met Rien van der Vleuten kreeg ik de indruk dat het soort diepgaandere samenwerking waar hij naar zoekt, meer lijkt op een artistieke overname. De partners die hij wil aantrekken (denk aan Het Zuidelijk Toneel, Incubate en Dans Brabant) zouden het toekomstige programma van De NWE Vorst gaan invullen. Zonder een degelijke eindregie van het theater zelf. Zonder koppeling aan een eigen visie. Met andere woorden: de NWE Vorst is in zo'n opzet niet langer hoofdbewoner van haar eigen huis. Ze is verworden tot huurbaas of zalenboer. Dat lijkt me een tragisch plan. Hopelijk is mijn indruk compleet verkeerd.

Bijdrage aan de zoektocht naar een betere toekomst

De eerste reacties op de crisis in De NWE Vorst waren terecht geschokt. Het aanstellen van een tussenpaus uit eigen kring was verdacht. Het is een topdown actie, die haaks staat op het soort theater dat men voor de toekomst zoekt. Dat theater is naar mijn mening horizontaal georganiseerd. Al even verdacht is het gebrek aan transparantie. Het beeld van heren in achterkamertjes doemt op. Waarom geen openheid van zaken? Waarom de plannen niet op de site met een wekelijkse update van de voortgang? Waarom wordt de publieke ruimte gevreesd als plek voor discussie?

Let wel, ik ben niet tegen besturen. Besturen weten over het algemeen uitstekend hoe een theater financieel beheerd moet worden. Ze hebben kennis van management en weten hoe de politieke hazen lopen. En op die vlakken valt veel nuttig werk te verrichten. Ik doel op de problemen rond de zogenaamde rentabiliteit van theaters als De NWE Vorst. Er zouden te weinig eigen inkomsten zijn, te weinig toeschouwers en teveel ontoegankelijke voorstellingen. Menig politicus trok daarom de conclusie dat dit soort culturele instellingen geen gemeenschapsgeld meer waard zijn.

Uit angst niet te overleven gingen de theaters, niet zelden aangespoord door hun besturen, naarstig koppen tellen, neveninkomsten genereren en onderhoudende voorstellingen programmeren. Dit heeft veel energie gekost en weinig opgeleverd. De nog overgebleven vlakke vloertheaters – er zijn er de laatste jaren veel gesneuveld – komen tot het besef dat men ver verwijderd is geraakt van de eigenlijke kerntaak: het tonen van voorstellingen en organiseren van activiteiten die mensen tot nadenken stemmen en die een bijdrage leveren aan de zoektocht naar een betere toekomst. Een theater is een theater, geen horeca-uitspanning, zalenverhuurbedrijf of amusementshal. Een overheid dient de mensen er van te doordringen dat kunstinstellingen van maatschappelijk belang zijn. Een bestuur dient op haar beurt de kerntaken bij de politiek hartstochtelijk te verdedigen.

Appel op de jonge kunstenaar

Tot slot: het nieuwe theater doet ook een appel op de jonge kunstenaar. Die zal bereid moeten zijn het werk in dienst van de nieuwe idealen te stellen. Hier heb ik echter alle vertrouwen in. Ik zie hoe zij midden in de samenleving staan. Ze komen uit alle sociale lagen van de bevolking, studeren, hebben banen en werken aan hun kunst. Ze zoeken in het oneindige gebied van de collectieve creativiteit en richten zich niet langer uitsluitend op de individuele genialiteit. Ze beseffen dat het oorspronkelijke, het nieuwe of originele niet in het diepe zelf ligt, maar in het zelf dat zich verhoudt tot en gevormd wordt door de wereld.

Wil jij reageren op dit artikel?

Contact

René Jagers

Oud directeur van De NWE Vorst

Reageren